Andries Knevel: mijn leermeester.
Ik erger mij groen en geel aan Andries Knevel.
Nu ben ik wat dat betreft waarschijnlijk in goed gezelschap, of in ieder geval in groot gezelschap, maar dat maakt mijn ergernis er niet minder op. Hoe zit dat, met die ergernis van mij? Wat doet Andries dat er voor zorgt dat ik hem vol afschuw wegzap? De nieuwsgierigheid groeit wanneer ik mij besef dat Carl Jung al stelde dat alles wat ons in anderen interesseert (lees hier: ergert), ons iets kan doen begrijpen over onszelf.
En dan, zomaar zonder enige aanleiding, valt het kwartje: Andries kan zijn mond niet houden en concludeert er vrolijk op los terwijl zijn gast nog niet eens is uitgesproken. Argh, helemaal maf word ik daarvan.
En dan gaat kwartje twee door de gleuf. Het kwartje van herkenning. Het kwartje dat een klein mannetje met brilletje ziet. Een mannetje dat ook zijn giechel niet kon houden en aandacht vragend ongevraagd alles om hem heen van commentaar voorzag. Want stel je voor dat hij even niet werd gezien.
Oeps. Heel even schiet er een pijnscheut door mijn hele lijf. Gatver. De herkenning en herinneringen maken dat ik rechtovereind ben gaan zitten.
Dan haal ik opgelucht adem. Ik weet dat de patiƫnt aan de beterende hand is. Ik weet dat ik dat punt allang voorbij ben. Dat ik inmiddels al veel beter weet wanneer tot tien te tellen en dat zelfs de Pietje Bell methode heb genoemd. Ik weet dat ik inderdaad vaak mijn grote bek niet kon houden, maar nooit de provocerende toon aansloeg waarmee Andries Knevel mij wakker heeft geschud.
Gelet op het tijdstip scandeer ik nog net niet "Andries, Andries, Andries bedankt!" door het huis en buig ik in gedenkwaardige stilte voor mijn leermeester.

Reacties