vrijdag 24 juni 2011

Crime Scene

video
Terug naar de plek van het misdrijf was het niet echt... ...en toch voelde het zo.
Ik merk dat ik de weg naar de plek waar ik een paar weken op heel onbenullige wijze van mijn racefiets ben gevallen bijna niet durf over te steken. Alleen die ervaring maakt het al relevant dat ik toch naar die oversteek bij Halfweg ben gefietst om eens uit te zoeken waar en hoe ik nu eigenlijk ben gevallen. Bijna bibberend pak ik de camera om de plek te filmen. Dit keer zie ik de hobbel waarop ik aanzettend met m'n kont van het zadel tijdens het nemen van de bocht onderuit ben gaan. Nu zie ik de gaten en hobbels in het fietspad wel en kan ik snappen hoe het komt dat ik voorover op m'n buik in het gras ben beland. Nog zoekend naar die eigenwijze kat berg ik mijn camera weer op en gaan mijn gedachten terug naar de hulpeloosheid die ik voelde terwijl ik in het gras lag. De pijn in m'n schouder verhinderde dat ik op kon staan en de onmacht die daaruit volgde liet geen ruimte voor de vraag hoe ik zo in het gras terecht was gekomen. Ik was gevallen, dat snapte ik nog. Maar hoe en in welke richting? Geen idee. Geen fijne constatering voor een control freak als ik. Loslaten dan maar? Weer zat die pijn in de weg. Gelukkig was die nu meer irritant aan het worden waardoor ik wist dat ik weer aan het nadenken was. De stemmen van een hardloopster en later andere voorbijgangers brachten mij terug naar de werkelijkheid. Ik werd omhoog geholpen en overspoeld door een golf van misselijkheid. Shit, wat is er nog meer aan de hand dan alleen m'n schouder en m'n heup? Vriendelijk aangeboden water verergerde de misselijkheid. Wat nu? Een echtpaar uit Heemskerk had inmiddels buiten mijn beeld de auto geparkeerd en de man bleek mij het water te hebben gegeven. Wist ik veel. Ik wist niet eens hoe ik erbij zat en zag nu pas het bloed op mijn hand. Schaafwond. OK dus. Met mijn fiets nog midden op het pad begon de man naast mij plannen te maken en zijn vrouw uit te leggen dat hij mij naar huis ging brengen en haar met de hond achter zou laten. Ondanks de misselijkheid voelde ik mijn lijf bijna meteen ontspannen. Over opstaan had ik nog niet nagedacht, maar met de wetenschap dat ik thuis zou komen konden mijn hersenen stoppen met het draaien van overuren en ik weer om mij heen kijken.
Eenmaal naast de man in de auto waren we het er snel over eens dat "je dit toch gewoon doet wanneer er iemand op de grond ligt". Ik moest meteen weer denken aan de verwarde en verdwaalde Turkse man en de vrouw in de Amsterdamse tram en wist dat er tussen 'vinden dat iets hoort' en 'het gewoon doen' nog wel een paar stappen zitten. Wel fijn om te weten dat er naast de zorgen om de mogelijke consequenties van de pijn in m'n schouder nog ruimte was voor wat overpeinzing. 
En dan zo'n kerel naast me die vrouw en hond achterlaat om mij thuis te brengen. Dat geeft een geweldig gevoel: "hoe zou de wereld er uitzien wanneer iedereen elkaar op deze manier zou helpen?" beargumenteren we inmiddels wat vrolijker verder. Ondertussen vertelt hij mij hoe hij opkomende onenigheden in zijn poppodium in Heemskerk oplost.
Er schiet een pijnscheut door mijn schouder. Dat tempert mijn vrolijkheid en verhoogt de peinsgrens. De wereld zou er prachtig uitzien. Verwarde Turkse meneren zouden geen tijd krijgen om verward te zijn en mevrouwen in trams hadden altijd de beste plaatsen zonder zich daar over te verbazen. En ik was weer andere mensen aan het helpen.

Doorfietsend van de plek des onheils raak ik zo in gedachten verzonken dat ik nog geen vijfhonderd meter later bijna een levensgrote wegversperring raak. In een flits stuur ik om het grote niet-te-missen rood-witte gevaarte heen en haal opgelucht adem terwijl ik in een soort van niemandsland de pedalen zachtjes laat peddelen.
Ik draai om, fiets de bewoonde wereld weer in en ben blij dat ik weer kan vertrouwen op mijn reflexen.
Binnenkort maar eens naar de Nozem en de Non in Heemskerk om te zien hoe het met mijn redder is.


zondag 19 juni 2011

Andries Knevel: mijn leermeester.

Ik erger mij groen en geel aan Andries Knevel.
Nu ben ik wat dat betreft waarschijnlijk in goed gezelschap, of in ieder geval in groot gezelschap, maar dat maakt mijn ergernis er niet minder op. Hoe zit dat, met die ergernis van mij? Wat doet Andries dat er voor zorgt dat ik hem vol afschuw wegzap? De nieuwsgierigheid groeit wanneer ik mij besef dat Carl Jung al stelde dat alles wat ons in anderen interesseert (lees hier: ergert), ons iets kan doen begrijpen over onszelf.
En dan, zomaar zonder enige aanleiding, valt het kwartje: Andries kan zijn mond niet houden en concludeert er vrolijk op los terwijl zijn gast nog niet eens is uitgesproken. Argh, helemaal maf word ik daarvan.
En dan gaat kwartje twee door de gleuf. Het kwartje van herkenning. Het kwartje dat een klein mannetje met brilletje ziet. Een mannetje dat ook zijn giechel niet kon houden en aandacht vragend ongevraagd alles om hem heen van commentaar voorzag. Want stel je voor dat hij even niet werd gezien.
Oeps. Heel even schiet er een pijnscheut door mijn hele lijf. Gatver. De herkenning en herinneringen maken dat ik rechtovereind ben gaan zitten.
Dan haal ik opgelucht adem. Ik weet dat de patiënt aan de beterende hand is. Ik weet dat ik dat punt allang voorbij ben. Dat ik inmiddels al veel beter weet wanneer tot tien te tellen en dat zelfs de Pietje Bell methode heb genoemd. Ik weet dat ik inderdaad vaak mijn grote bek niet kon houden, maar nooit de provocerende toon aansloeg waarmee Andries Knevel mij wakker heeft geschud.

Gelet op het tijdstip scandeer ik nog net niet "Andries, Andries, Andries bedankt!" door het huis en buig ik in gedenkwaardige stilte voor mijn leermeester. 

dinsdag 19 februari 2008

Het hoge woord ...

... komt dan toch weer van Kamiel Maase.
Wat maakt dat de sporters de verantwoordelijkheden van politici, bondsbestuurders en handelsdelegaties moeten gaan dragen?
Welke sporter heeft er ooit gevraagd om te moeten sporten in een stad waar de smog constant in de straten hangt?
Wie zijn er uiteindelijk bezweken onder de politieke druk van productieland en afzetmarkt China?

De antwoorden op de bovenstaande vragen maakt duidelijk dat de aanwezigheid van sporters in China veel meer betekent dan de afwezigheid. En hoezo gaat Nederland zich weer belachelijk maken door als enig land quasi-principieel weg te blijven van de Olympische Spelen (Melbourne, 1956).

Kamiel Maase heeft desgevraagd geantwoord dat hij gaat, en een deel van de bovenstaande argumentatie aangevoerd. Kamiel Maase heeft aangegeven dat hij kritisch zal zijn en dat hij snapt wat er in China aan de hand is.
Wie daarvoor wegloopt of roept dat sport en politiek niets met elkaar te maken hebben heeft bewust niet opgelet (http://www.amnesty.nl/in_actie/china).

De al genoemde aanwezigheid van de sporters gaat deze zomer een mediahype met zich meebrengen die mogelijkerwijs z'n weerga niet kent. De door Erik van Muiswinkel gestarte boycotactie is voor de discussie over waar je Spelen wel en niet kunt houden een geweldige aanjager. De aanwezige journalisten zullen in alle hoeken en gaten komen en daar filmen waar de Chinese overheid hen niet wil hebben. Vanaf dat moment mogen zij die gekozen hebben voor de organisatie van Olympische Spelen in China in actie komen en laten zien dat sport het rijke Westen met de verschopte Chinees verbroedert.

zaterdag 25 augustus 2007

Geertje

De media krijgen er maar geen genoeg van: "wat drijft Geert Wilders?" Als ik al die beschouwingen en analyses lees in de zichzelf serieus noemende pers dan stel ik mij zo voor dat ik Geert Wilders op een ochtend tegenkom bij het koffie apparaat zodat ik hem kan vragen of het echt waar is dat hij de Koran wil laten verbieden (laten verbieden: Geert doet natuurlijk niets zelf). En dan verheug ik mij erop dat ik na het in zangerig zwammende Limburgs gegeven onsamenhangende antwoord van ons demagoogje in de dop kan zeggen. "Zeg Geert, neuk jij wel genoeg?"

maandag 30 juli 2007

Sukkel & Drafje

"Het verschil tussen Leipheimer en Contador is een gele trui (jullie weten wel, die ene) beste Herbert en Maarten".

Dijkstra en Ducrot moeten nu toch wel het meest verguisde duo van Nederland zijn. Kan echt niet anders. Ik geef toe, er zijn nog wel een paar kandidaten die voor deze trieste titel in aanmerking komen, maar Dijkstra en Ducrot hebben in de afgelopen weken op onnavolgbare wijze afstand genomen van de concurrentie.
En dan heb ik nog geluk gehad: gedurende twee weken heb ik de Tour gevolgd met onverstaanbaar Deens en oninteressant Duits commentaar. Teruggekeerd in Nederland bleek dat een zege(n). Tijdens de beslissende tijdrit waren D&D zo met zichzelf bezig dat ze voor het gemak even vergaten dat Contador die dag de gele trui toch echt om de schouders had.

Dat feitelijke foutje is natuurlijk geen ramp: het gezemel, gezeur, gejengel en ach en wee gedrag van beide commentatoren is wat maakt dat je doorzapt naar "de Belg". Toegegeven, bij Sporza duren de etappes net zo lang en zijn de biografieen van de in de ontsnapping betrokken renners ook wel eens uitgelezen, maar het blijft verslaggeving daar waar D&D afzinken naar bedenkelijke eentweetjes die voor analyses moeten doorgaan.

Vanochtend schrijft Nico Dijkshoorn dat Mart Smeets ongetwijfeld boelddoping gebruikt tijdens de Tour. Ik stel voor dat we bij D&D de contra expertise niet afwachten. Deze tweemans ploeg mag uit de wedstrijd worden genomen.

Dat ik de wijsheid niet in pacht heb waar het gaat om een vervanging van Sukkel & Drafje is juist precies wat we nodig hebben om ook de minder sprankelende etappes met plezier te beleven: vernieuwende frisheid in plaats van de belegen belerende taal van Dijkstra en Ducrot. Er lopen vast nog wel wat Frank Snoeksen rond en Andy Houtkamp (maakt lekker ongepast ruzie) is ook gewoon als speaker bij Kinheim begonnen.

zondag 22 april 2007

83

De Jong (FC Utrecht) "scoort" zijn 83e gele kaart en het stadion juicht.
In het commentaar tijdens Ajax - Sparta wordt vrolijk verwezen naar de schandalige opmerkingen van Sneijder aan het adres van Bossen tijdens de eerste ontmoeting van beide clubs dit seizoen (waarna indertijd de badinerende opmerkingen van Ten Cate en Jaakke nog het meest stuitend waren).
De supporters van ADO houden hun reputatie hoog door de sloop van het stadion alvast in te zetten en met het gooien van vuurwerk kracht bij te zetten. En dat terwijl het zo briljant begon met de groen-geel beschilderde kip.
Door dit soort incidenten verword ik tot een klagende veertiger die geen voetbalstadion meer in wil. En dat maakt dat mijn jongens nooit naar een betaald voetbal wedstrijd zullen gaan. Papa verdomt het om tussen de vloekende, scheldende en rokende supporters te moeten bivakkeren en wil zijn kroost dat beeld onthouden.
Met heimwee denk ik terug aan Ajax - CSKA Sofia uit 1972 en met jaloezie kijk ik naar de beelden uit de 50er en 60er jaren, toen iedereen (ongetwijfeld zwaar paffend) zonder gesodemieter tot drie meter van de zijlijn zat.
Zucht...

dinsdag 6 december 2005

Field Of Dreams

Dit bericht is de schuld van Lisan (Bourgonje).
Van berichten als dit zou ik elke dag wel de schuld willen krijgen.

Zij stuurde het verhaal over Shay en zijn vader over de mail ter overdenking.
En het is waar: het verhaal is op het eerste gezicht een prachtig voorbeeld van Amerikaans sportsentiment, geheel in de traditie van Kick Wilstra en Sjakie en zijn wondersloffen. Om over het brilletje van Joop van Daele nog maar te zwijgen.

Als je net als de vader in het verhaal een kind hebt dat geplaagd door ADHD als buitenbeentje door de wereld om hem heen wordt ervaren en behandeld, dan leest het verhaal heel anders. Je maakt verbinding en ziet het honkbalveld met het gat in de backstop voor je. Je voelt de warmte van de tranen van de vader omdat je weet hoe fantastisch het voor jouw kind is wanneer de juf op school snapt wat jouw zoon nodig heeft en twee rapporten maakt (een voor hem en een die aangeeft hoe de vlag er voor staat), en als hij met Sinterklaas thuiskomt met een surprise waar de vader van zijn klasgenootje uren aan knutseltijd in heeft zitten.

Op dat soort momenten weet je weer hoe het voelt als je het belang van de ander voorop kunt zetten. De verbondenheid en blijdschap die daaruit voortvloeit staat in geen verhouding tot de moeite die je daarvoor hebt hoeven doen.
Die moeite bestaat in negen van de tien gevallen alleen maar uit even een stapje achteruit doen en jezelf kort parkeren om ruimte te maken. Zo gebeurd, en vlak daarna samen met die ander weer verder.
Fatsoen en respect leiden tot intimiteit en verwantschap.
De jongens uit het verhaal gaan elkaar en die middag nooit meer vergeten.


Op een diner om fondsen te werven voor een Amerikaanse school ten behoeve van gehandicapte kinderen hield één van de ouders een toespraak die door de aanwezigen niet meer vergeten zou worden. Na een woord van dank en waardering aan de school en haar directie stelde hij een vraag:
Wanneer de natuur geen externe bemoeienis kent, functioneert alles in de natuur volmaakt. Toch kan mijn zoon niet leren zoals andere kinderen. Hij begrijpt minder dan andere kinderen. Waar is de natuurlijke volmaaktheid als het om mijn zoon gaat?" De zaal viel helemaal stil bij deze vraag, en de vader vervolgde zijn toespraak: "Ik denk dat als een kind als onze Shay op de wereld komt, er zich dan een kans voordoet om onze ware menselijke aard te tonen, namelijk op de manier waarop wij met zo'n kind omgaan."

Daarna kwam hij met het volgende verhaal.

Shay en zijn vader liepen langs een park waar enkele jongens die Shay kende baseball speelden. Shay vroeg zijn vader: "Denk je dat ik mee mag doen?"
Zijn vader wist dat de meeste jongens liever niet iemand als Shay in hun team hadden, maar aan de andere kant zag hij ook in dat als zijn zoon mee mocht doen, hij een hoognodig gevoel van 'er bij horen' zou krijgen. Dus liep hij op één van de jongens af en vroeg of Shay mee mocht spelen. De jongen keek om zich heen voor steun, maar omdat niemand reageerde, nam hij zelf een besluit en antwoordde:
We staan zes punten achter en we spelen al in de achtste inning. Als het aan mij ligt kan Shay meedoen, en we kijken wel of we hem aan slag kunnen krijgen in de negende inning. "


Aan het eind van de achtste inning scoorde het team waar Shay in meedeed een paar punten, maar ze lagen nog steeds drie punten achter. Op het hoogtepunt van de negende inning kreeg Shay een handschoen en een plaats als verrevelder. Ondanks dat er geen bal zijn kant op kwam, was hij duidelijk heel opgewonden dat hij zomaar stond opgesteld. Hij had een grijns van oor tot oor als zijn vader vanaf de zijlijn naar hem zwaaide. Tegen het einde van de negende inning scoorde het team waarin Shay speelde weer. Met twee nullen en alle honken bezet was de potentiële winnende klap aan de beurt, en het was Shay's beurt. Zouden ze op zo'n cruciaal moment in de wedstrijd Shay laten spelen en de kans lopen om verliezen? Verrassend genoeg kreeg Shay de knuppel. Iedereen wist dat een rake slag gewoon onmogelijk was, omdat Shay niet eens wist hoe hij de knuppel moest vasthouden, laat staan dat hij er een bal mee kon raken. Maar Shay ging naast de thuisplaat staan, en de werper deed een paar passen naar voren om de bal zachtjes te gooien zodat er een kans bestond dat Shay hem zou raken. De eerste worp kwam op hem af, Shay sloeg er maar een slag naar en miste.
Daarop kwam de werper nog een paar passen naar voren om de bal heel zacht te werpen. De bal kwam en Shay raakte de bal die pardoes over de grond recht op de werper af rolde. De werper pakte de slappe bal op en had alle tijd om de bal naar het eerste honk te gooien. Shay zou dan uit zijn en het hele spel zou dan over zijn.

In plaats daarvan pakte de werper de bal op, draaide zich om en wierp de bal met een hoge boog naar rechts, helemaal buiten het bereik van de eerste honkman.
Ineens begon iedereen te roepen: "Shay, ren naar het eerste! Ren naar het eerste honk." Shay had nog nooit in zijn leventje het eerste honk bereikt.
Hij hobbelde verschrikt langs de baseline met wijd opengesperde ogen, en iedereen riep: "Naar twee, ren naar het tweede honk." Tegen de tijd dat Shay over het eerste honk hinkelde, had de speler in het rechtsveld de bal. Hij had de bal naar het tweede honk kunnen gooien, en dan was Shay uit.
Maar hij begreep de bedoelingen van de werper en gooide opzettelijk hoog over het derde honk. Shay rende zo goed als hij kon naar het tweede honk, terwijl de renners voor hem als gekken de honken passeerden op weg naar het thuishonk. Shay bereikte hijgend het tweede honk, en de korte stop van de tegenpartij holde op hem af om hem de goede richting op te helpen naar het volgende honk; terwijl hij riep: "Ren naar drie!" Tegen de tijd dat hij het derde honk bereikte, schreeuwden de jongens van beide teams: "Shay, naar de thuisplaat, ren naar de thuisplaat." Shay strompelde naar de thuisplaat en raakte het honk. Iedereen was door het dolle heen en juichte hem toe alsof hij een homerun had geslagen, en de wedstrijd voor zijn team had gewonnen. "Op die dag," zei de vader zacht, terwijl de tranen langs zijn wangen drupten, "op die dag brachten de jongens van beide teams een stukje onvoorwaardelijke liefde en menselijkheid in het spel..."